Waarom doet de overheid ons dit nu weer aan?
Dat is wat directeur Hans Geurts zich afvraagt als we hem vragen naar het nieuwe SNA-keurmerk wat Talent voor de gemeente kortgeleden behaalde. Hans schreef hier het volgende over:
Natuurlijk zijn we blij dat we het SNA-keurmerk hebben en vinden we het belangrijk dat malafide arbeidsbemiddeling en misstanden op de arbeidsmarkt worden aangepakt. Maar waarom moeten wij als klein, gespecialiseerd adviesbureau opnieuw aan steeds zwaardere keurmerk- en administratieve verplichtingen voldoen? Straks komt daar de Wtta nog bij, met opnieuw extra regels, controles en administratieve lasten.
Ik begrijp de aanleiding van deze wetgeving. Er zijn helaas situaties waarin werknemers worden uitgebuit, arbeidsvoorwaarden niet worden nageleefd of constructies worden gebruikt om regels te omzeilen. Daar moet de overheid tegen optreden. Maar de vraag is of dezelfde zware eisen ook passend en proportioneel zijn voor een klein adviesbureau als het onze.
Wij werken met goed opgeleide professionals die bewust kiezen voor hun werkzaamheden, goede arbeidsvoorwaarden hebben en in een arbeidsmarkt werken waarin zij gemakkelijk kunnen overstappen naar een andere werkgever. De risico’s waarop deze regelgeving zich in belangrijke mate richt, spelen bij ons in de praktijk nauwelijks een rol. Toch worden wij wel geconfronteerd met dezelfde administratieve verplichtingen en controles als organisaties waarbij deze risico’s veel groter zijn.
Extra administratie en kosten
Wij moeten een extra administratie inrichten om aan de nieuwe regelgeving te voldoen. Dat leidt tot aanzienlijke administratieve lasten, terwijl deze administratie voor onze bedrijfsvoering geen meerwaarde heeft.
Daar komt bij dat de verplichte inspecties voor een klein adviesbureau relatief hoge kosten met zich meebrengen en bovendien twee keer per jaar moeten plaatsvinden.
De vraag die daarbij opkomt is dan ook:
Is deze regelgeving voor iedere onderneming proportioneel, of zou er meer onderscheid moeten worden gemaakt naar het soort dienstverlening, de omvang van de onderneming en de daadwerkelijke risico’s?
Een paar voorbeelden van de nieuwe vereisten
1. Aantonen dat wij het juiste loon betalen en belastingen afdragen
Wij moeten aantonen dat onze medewerkers het juiste loon ontvangen en dat belastingen en premies correct worden afgedragen. Op zichzelf is daar niets mis mee. De uitvoering wordt echter ingewikkeld wanneer ook moet worden vastgesteld wat onder een gelijk of gelijkwaardig loon valt. Daarbij moeten bijvoorbeeld secundaire arbeidsvoorwaarden worden meegenomen.
In ons geval betekent dit dat arbeidsvoorwaarden zoals het IKB, pensioen en andere arbeidsvoorwaarden die bij onze klanten gelden, per opdracht in beeld moeten worden gebracht om een juiste vergelijking te kunnen maken.
Voor een klein adviesbureau met medewerkers die bij verschillende gemeenten, provincies, omgevings- en veiligheidsdiensten en samenwerkingsverbanden werkzaam zijn, leidt dit tot een aanzienlijke administratieve inspanning.
2. Opdrachten moeten worden gekwalificeerd
Opdrachten moeten worden gesplitst in:
• aanneming van werk/overeenkomst van opdracht; en
• terbeschikkingstelling van arbeidskrachten.
Ook dit onderscheid vraagt extra administratie en beoordeling. Wanneer een medewerker meerdere opdrachten uitvoert, moeten wij bovendien onze salariskosten over deze opdrachten verdelen om de juiste vergelijking en onderbouwing te kunnen maken.
Daarnaast zullen overeenkomsten en administratieve processen bij een groot deel van onze opdrachtgevers moeten worden beoordeeld en mogelijk aangepast.
3. Aantonen dat bij ingehuurde zzp’ers geen sprake is van schijnzelfstandigheid
Wanneer wij een zzp’er inhuren, moeten wij aantonen dat sprake is van echte zelfstandigheid en niet van schijnzelfstandigheid.
Daarbij spelen vragen als:
• Werkt de zzp’er onder ons gezag?
• Bepaalt de zzp’er zelf hoe het werk wordt uitgevoerd?
• Werkt de zzp’er dezelfde uren als onze medewerkers?
• Loopt de zzp’er daadwerkelijk ondernemersrisico?
• Heeft de zzp’er meerdere opdrachtgevers?
• Is sprake van voldoende zelfstandigheid in de uitvoering van de opdracht?
Ook hier geldt dat wij deze risico’s serieus nemen en zorgvuldig met zzp-inhuur omgaan. Maar opnieuw leidt de regelgeving tot extra vastlegging, beoordeling en administratie.
De vraag naar proportionaliteit
Natuurlijk moeten misstanden op de arbeidsmarkt worden aangepakt. Maar regelgeving moet wat ons betreft ook proportioneel en risicogericht zijn.
Ons adviesbureau heeft een ander risicoprofiel dan een onderneming die op grote schaal arbeidskrachten ter beschikking stelt. Toch worden beide ondernemingen in belangrijke mate met dezelfde verplichtingen geconfronteerd. Dat geeft niet alleen veel extra administratie, maar leidt ook tot hogere kosten en minder tijd voor waar wij als adviesbureau daadwerkelijk waarde aan toevoegen: het leveren van kennis, expertise en capaciteit aan onze opdrachtgevers.
Kan het niet eenvoudiger?
De overheid wil terecht meer zekerheid en bescherming bieden op de arbeidsmarkt. Maar misschien is het tijd om ook te kijken naar de andere kant van de medaille.
Kunnen we dezelfde doelen bereiken met minder administratieve lasten voor ondernemingen waarbij de risico’s aantoonbaar beperkt zijn?
Denk bijvoorbeeld aan:
• een risicogerichte toepassing van de verplichtingen;
• een lichtere procedure voor kleine adviesbureaus;
• minder frequente inspecties wanneer een organisatie aantoonbaar aan de eisen voldoet;
• het voorkomen van dubbele controles en overlap tussen SNA en Wtta;
• meer gebruikmaken van bestaande controles en certificeringen;
• duidelijke uitzonderingen of vereenvoudigde procedures voor organisaties met uitsluitend hoogopgeleide professionals en zakelijke opdrachtgevers.
Wij zijn niet tegen toezicht en regelgeving. Wij zijn wel tegen regelgeving die onvoldoende rekening houdt met de praktijk en het risicoprofiel van kleine, professionele adviesorganisaties. Want uiteindelijk betalen wij de extra kosten voor de administratie en controles niet alleen zelf. Deze kosten komen via onze tarieven ook bij onze opdrachtgevers terecht en daarmee uiteindelijk bij de overheid en de samenleving.
De vraag is daarom niet of we misstanden moeten aanpakken. Natuurlijk moeten we dat. De vraag is: kunnen we dat slimmer, eenvoudiger en proportioneler doen? Of zie ik het te zwaar in? Wat denk jij?




Opmerkingen